Er is steeds meer kennis over de relatie tussen DNA en gezondheid. Dat brengt verschillende voordelen met zich mee, zoals nieuwe mogelijkheden voor het opsporen van ziekten, het verbeteren van diagnoses en het beter afstemmen van behandelingen op de patiënt.
Maar er zijn ook risico’s. DNA is uniek voor ieder mens. Het bevat persoonlijke eigenschappen en gezondheidsrisico’s. Maar familieleden delen bepaalde stukken DNA. Als één persoon zich laat testen op ziekten, kan dat ook informatie geven over andere familieleden.
Suzanne Onstwedder (RIVM en Amsterdam UMC) heeft promotieonderzoek gedaan naar kansen en risico’s van nieuwe kennis over DNA. Zij wijst op het belang van een goede afweging van mogelijke kansen en risico’s.
Als voorbeeld: met nieuwe kennis over DNA kan de hielprikscreening wellicht worden uitgebreid. Ongeveer 99 procent van de ouders laat een hielprik doen bij hun pasgeboren kind. Momenteel loopt een internationaal onderzoek naar mogelijkheden om met DNA-testen meer aandoeningen te meten bij de hielprikscreening. Eén van de punten waarnaar in het onderzoek wordt gekeken, is de vraag of ouders de zeer uiteenlopende ziekterisico’s van hun kind willen weten.
Naast technisch en klinisch onderzoek moeten ook ethische, maatschappelijke en juridische analyses gedaan worden. Door verschillende perspectieven samen te brengen, kan beter worden bepaald wat als verantwoord gebruik van DNA wordt gezien.