Onderzoek van het RIVM en Zorginstituut Nederland laat zien, dat het aantal uren kraamzorg dat een gezin in Nederland krijgt tussen 2016 en 2022 van 44 uur naar veertig uur is gegaan. Het aantal gezinnen dat minder dan 24 uur kraamzorg krijgt, is toegenomen. Daarnaast gaan moeders met baby’s na ziekenhuisopname sneller naar huis.
Daardoor ontstaat meer behoefte aan begeleiding thuis, terwijl het aantal uur kraamzorg juist is afgenomen. Op die manier kan een kansrijke start in het geding komen.
Kwetsbare gezinnen krijgen vaak minder dan veertig uur kraamzorg. Terwijl zij het juist hard nodig hebben. Voorbeelden van kwetsbare gezinnen zijn alleenstaande ouders, gezinnen met een laag inkomen, gezinnen met schulden of gezinnen met een niet-Nederlandse achtergrond.
Een kwart van de gezinnen uit de laagste inkomensgroep krijgt geen of minder dan 24 uur kraamzorg. Bij gezinnen uit de hoogste inkomensgroep krijgt vier procent geen of minder dan 24 uur kraamzorg.
Waarom kwetsbare gezinnen minder of geen kraamzorg krijgen, is niet meegenomen in het onderzoek. Mogelijke oorzaken zijn het niet bekend zijn met het belang van kraamzorg of niet aanvullend verzekerd zijn en de eigen bijdrage niet kunnen betalen, een taalbarrière of wantrouwen jegens (kraam)zorg.
De grootste daling in het gemiddelde aantal uren kraamzorg was te zien in de provincies Zeeland en Zuid-Limburg. Dit kan mogelijk te maken hebben met tekorten in de kraamzorg in deze provincies.